Wie door een lichamelijke handicap beperkt wordt in zijn dagelijks functioneren, komt plotseling voor problemen te staan, waar hij of zij van tevoren geen besef van had. Wie doof of slechthorend wordt, kan de huisbel niet meer horen. Voor wie moeilijk ter been is, wordt een trap een onneembare barrière. Gelukkig zijn er in Nederland mogelijkheden om deze problemen aan te pakken. Door de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, ook wel WMO genoemd, kan de woning worden aangepast, meestal zonder kosten voor degene die gehandicapt is. Soms biedt ook de zorgverzekeraar uitkomst.
Welke voorzieningen?
In veel gevallen is een eenvoudige voorziening voldoende om mensen weer goed in staat te stellen hun woning te gebruiken. Hierbij kan gedacht worden aan een douchezitje, een verhoogde toiletpot of beugels aan de wand. Soms zijn echter ingrijpende wijzigingen, zoals het aanpassen van de keuken of badkamer of het aanbrengen van een traplift, nodig. De gemeente vergoedt dan via de WMO de kosten voor de aanleg èn in veel gevallen van het onderhoud van de voorziening.
Voor andere voorzieningen is een beroep op de zorgverzekeraar de aangewezen weg. Dit geldt voor voorzieningen die problemen opheffen bij het spreken, luisteren, zien, lezen en schrijven. Voorbeelden hiervan zijn speciale telefoons en flitsbellen voor doven- en slechthorenden.
Andere woning?
Als er zware en kostbare ingrepen in de woning nodig zijn, bestaat soms de mogelijkheid dat er al een goede, aangepaste woning beschikbaar is. In zo’n geval wordt er met de betrokkene overlegd of verhuizen wellicht niet een betere oplossing is. Dit geldt met name voor aanpassingen als het plaatsen van een onderrijdbare aanrecht en een traplift.
Voorwaarden
Om in aanmerking te kunnen komen voor een voorziening in het kader van de WMO moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
Aanvraag
De aanvraag voor een aanpassing van een woning moet altijd gedaan worden bij de gemeente waar u woont. De gemeente neemt de aanvraag in behandeling. Soms zal men een medisch advies vragen. Ook kan het advies worden ingewonnen bij een ergotherapeut, dit is een deskundige op het gebied van aanpassingen.
Afhandeling
Als besloten wordt een voorziening toe te kennen, dan neemt de gemeente contact op met Pré Wonen met het verzoek de voorziening aan te brengen. Het advies van de ergotherapeut is hier bijgevoegd. Binnen vijf dagen stuurt Pré Wonen een bericht aan de huurder dat de gemeente een aanvraag voor een voorziening bij Pré Wonen heeft gedaan. Tegelijkertijd vraagt Pré Wonen een offerte aan bij een aannemer die de voorziening kan aanbrengen. Indien deze offerte juist is, wordt de gemeente gevraagd in te stemmen met de offerte. Zodra de gemeente akkoord is, geeft Pré Wonen opdracht tot het aanbrengen van de voorziening. De opzichter van Pré Wonen houdt toezicht op de kwaliteit van het werk. Als alles goed is aangebracht, regelt Pré Wonen met de gemeente de betaling van de aannemer. De huurder hoeft zich hier niet om te bekommeren.
Snelheid van afhandeling
De afhandeling van een aanvraag kan geruime tijd in beslag nemen. De tijd tussen de aanvraag en het besluit van de gemeente ligt tussen de 8 en 16 weken. Hierna vraagt de gemeente aan Pré Wonen om de voorziening aan te brengen. Ook de afhandeling hiervan kan, afhankelijk van de soort ingreep, soms geruime tijd in beslag nemen.